Projectenreis

Vanaf 14 december 2013 bezocht Peter Deurloo voor Stichting Amaidhi de projecten in India. Hieronder zijn blog.

Vrijdag 13 december

De koffer is gepakt. Met daarin vooral veel cadeautjes voor onze vrienden in India. Vandaag ga ik naar Antwerpen en morgen, zaterdag, vliegen we om 10.00 uur vanaf Zaventem naar Qatar en vandaar door naar Chennai. Vanavond ga ik alvast wennen aan India door een etentje in een Indiaas restaurant met Bernadette, mijn reisgenote, en Peter Rosemeyer, oud-bestuurslid van Amaidhi. Het is nu de 15-de keer dat ik naar India reis, maar het is nog steeds spannend...Gisteren heb ik de eerste betaling overgemaakt naar SIP Memorial Home voor de bouw van een nieuw weeshuis voor kinderen met aids. En Wilde Ganzen heeft deze week het geld overgemaakt voor het inrichten van een computerlokaal op de Don Bosco School in PT Parru. Dus misschien kan ik voor beide projecten de 'eerste steen' leggen.

Zaterdag en Zondag 14 en 15 december

Onze vliegreis verloopt voorspoedig, al is het met veel vertraging. Een mevrouw is haar papieren kwijt en haar koffers en het vliegtuig gaat drie kwartier te laat de lucht in. Daardoor kunnen we bij de overstap in Doha meteen doorlopen in plaats van een uur wachten. Bernadette heeft drie nachten op rij doorgewerkt en niet geslapen dus die is in het vliegtuig meteen onder zeil. In Chennai komen we ook met een uur vertraging aan.

Moeder overste zuster Rita Michael van de Fransiscan Sister of St. Joseph staat ons op te wachten, samen met zuster Genova van het St. Thomas Hospital. Omdat we ook extreem lang op onze bagage hebben moeten wachten, hebben de zusters veel geduld moeten hebben. Het is vijf uur zondagmorgen als we eindelijk de deuren van het vliegveld uitkomen.  Het weerzien is hartverwarmend. We krijgen mooie zijden doeken over onze schouders gedrapeerd als welkomstgebaar. We rijden meteen naar het St. Thomas Hospital waar we in een 'super deluxe room' worden ondergebracht. 

Dan wordt mijn hoofd helder en besef ik in een flits dat ik mijn map met reisschema, telefoonnummers en e-tickets in het vliegtuig heb laten liggen. Paniek. Terug naar het vliegveld. En wonder boven wonder, de mensen van Qatar Airlines hebben de map gevonden. Wat ben ik opgelucht! Daarna is de rust terug en pik ik een aantal uurtjes slaap. Als ik wakker word, is het tijd voor ontbijt en een ontmoeting met het hoofd van St. Thomas Hospital, doctor sister Rexline, een monumentale vrouw, altijd in touw voor anderen. Het is inmiddels al tijd om van Bernadette afscheid te nemen. Zij neemt de trein naar Kamalapuram waar we elkaar over 4 dagen weerzien. Ik neem aan het eind van de middag de trein naar PT Parru, op weg naar de Don Bosco school. 

Maandag 16 december

Het gaat goed hier in India, maar ik ben wel ontzettend moe. Eigenlijk ben ik continu aan het reizen geweest vanaf zaterdagmorgen, met maar een paar hazenslaapjes tussendoor. Vandaag zat ik in de klas op de Don Bosco School in PT Parru om te kijken hoe ze hier les geven. De les werd gegeven door de lieve en altijd vrolijke sr. Selvi, tevens hoofd van de school. Maar ik viel in slaap tijdens de les (haha!). Wat ik er wel van meegekregen heb, voerde mij terug naar mijn eigen jeugd en meer nog naar die van mijn ouders. De lerares leest voor en de kinderen herhalen of vullen ontbrekende woorden in. Af en toe leest een leerling iets voor en ook dat wordt dan weer eindeloos herhaald. De les ging over het maken van compost en de voordelen van natuurlijke mest, voor wie het weten wil. De leerlingen die goed hebben opgelet, weten vanaf nu dat kunstmest slecht is en natuurlijke mest en compost goed.

Ik ben met zuster Mary, kok en social worker, de dorpen Tothumudi, Mavalappalli en Sangam Tribal Colony in geweest. Ze is een absolute schat en iedereen vertrouwt en kent haar. Samen met sr. Angel  is zij het contact met de arme mensen in de dorpen (in het rijke deel komen we niet) en zorgt ze voor het kiezen van de kinderen die een beurs verdienen van onze sponsors in Nederland. Helaas is sr. Angel er niet, ze heeft borstkanker en is sinds augustus in Chennai voor chemokuren. Ik hoop dat ze beter wordt, want ze doet haar naam alle eer aan. We zijn in de dorpen op bezoek geweest bij de families van 10 van de 49 sponsormeisjes. De meesten waren niet thuis maar aan het werk in de velden waar nu de rijstoogst plaatsvindt. Soms was er een moeder of een opa of oma thuis en een meisje heeft een vader die gehandicapt is geraakt en die nu een winkeltje exploiteert. Hij was er wel. De huisjes zijn vaak maar een hut van staken en oude, aan elkaar genaaide kunstmestzakken. In dezelfde dorpen staan ook vaak enkele 'villa's' van landeigenaren. De verschillen zijn schrijnend.

In de tribal colony leven tribals, leden van stammen, en waarschijnlijk de oudste inwoners van India. Ze zien er hier in Andhra Pradesh precies hetzelfde uit als alle andere mensen. Maar in andere delen van India kun je ze vaak herkennen aan afwijkende, zigeunerachtige kleding en sieraden. Ze hebben een heel lage positie op de maatschappelijke ladder, net als de kastelozen (dalits). Maar ook dat heeft zijn voordelen. Zo zijn er speciale quota voor banen voor tribals en als ze geluk hebben krijgen ze een huis, betaald door de deelstaatregering. Er zijn twee meisjes in ons sponsorprogramma uit de tribal community.

Zuster Selvi heeft een moeilijke kwestie aan te kaarten na het avondeten (met bier!). Ze had dat al vorig jaar willen doen maar toen is het er niet van gekomen. Waarschijnlijk worstelde ze er ook mee hoe ze het ter tafel moest brengen. Het blijkt dat we per meisje te weinig schoolgeld betalen. Dat komt doordat het oorspronkelijke contract voor het beurzenproject niet rechtstreeks met de school is afgesproken maar met de leiding van de franciscanessen in Chennai. Zij zijn uitgegaan van het startbedrag dat een meisje aan schoolgeld, kleding en boeken moet betalen in het derde leerjaar. Dat is het moment dat meisjes in het sponsorprogramma terechtkomen. Maar in de navolgende jaren, tot en met het tiende leerjaar,  neemt het schoolgeld ieder jaar met een bepaald bedrag toe, terwijl ons sponsorbedrag ieder jaar 100 euro per meisje is. Bovendien nemen ook de kosten voor boeken en uniformen toe. Ze komen dus te kort. Ze krijgen op die manier te weinig geld binnen om de leraren te betalen. Dus wat moeten we doen? Ik heb Selvi gezegd dat we onze sponsors de kwestie gewoon eerlijk voorleggen en verzoeken wat meer te gaan betalen. 

Een andere heikele kwestie komt daarna op tafel. Bhojja Durga Bhavani, een meisje uit de zevende klas (gesponsord door Paulus Mundial) is het afgelopen jaar door haar ouders uitgehuwelijkt aan een 21-jarige jongen uit haar dorp. Zij is zelf 14. Ik zeg: dat is crimineel, daar moet je voor de gevangenis in. Selvi blijkt hetzelfde te hebben gezegd. Ze heeft gedreigd alles aan de politie te vertellen. Daarop zijn ouders en schoonouders van Durga Bhavani van het plan afgestapt. Ze hebben verklaringen getekend waarin staat dat het meisje eerst haar school moet afmaken en daarna pas kan trouwen. Kijk, dat is nou shakti, de kracht van de vrouw, waar Selvi behoorlijk wat van in huis heeft.

Dinsdag 17 december

Met 47 van de 49 sponsormeisjes - een mooie score - zijn we vandaag een schoolreisje wezen maken. Via de stad Guntur, noordelijk van PT Parru, zijn we naar een hindoetempel aan de rivier de Krishna gereden. In Guntur kwamen we vast te staan. Er was een demonstratie tegen de verdeling van Andhra Pradesh in twee staten. Separatisten en tegenstander van splitsing hebben hier al jaren mot. Maar nu de splitsing een feit lijkt te worden, zijn de protesten over en weer verhevigd. Een kruispunt werd geblokkeerd en we konden niet verder. Maar Onze Lieve Heer (volgens sr. Selvi) kwam ons te hulp. De demonstranten hadden een kring gevormd en in die kring wilden ze een enorme voorstelling van de landkaart van India op de weg schilderen. Onze bus stond toevalligerwijze precies op de plek waar het zuidelijkste puntje van India moest komen. Dus wij mochten doorrijden en alle andere verkeer moest blijven staan!

Verder dus naar de tempel op een prachtige locatie aan de rivier. De tempel zelf is niet uitzonderlijk. Het is vooral leuk om te zien hoe de kinderen genieten van dit uitstapje, zoiets maken ze maar zelden mee. In de bus zingen en dansen ze en willen ze allemaal naast uncle Peter zitten. Na het tempelbezoek picknicken we op het voorplein van de tempel onder een afdak waar de ceremoniele tempelwagen staat. Daar wordt het belangrijkste godenbeeld van deze shivatempel tijdens festivals op vervoerd. Lekker eten met je handen. Hier mag het!

Na de picknick maakt Selvi de kinderen wijs dat we teruggaan naar PT Parru. Dat is niet het geval. In hetzelfde plaatsje wordt namelijk gebouwd aan een nieuw boeddhistisch heiligdom (op zich vreemd want er zijn nauwelijks nog boeddhisten). Er is een gigantisch betonnen boeddhabeeld opgericht dat nog deels in de steigers staat. Het staat bovenop het heiligdom met gangen vol imitatiebeeldhouwwerk in beton dat scenes uit het leven van de boeddha voorstelt. Het is aan de ene kant erg nep en aan de andere heel indrukwekkend. In de schaduw geef ik ieder sponsormeisje een cadeautje namens de sponsoren in Nederland: enkele stickervellen (zijn ze dol op) en een kleurige pen. De dag kan niet meer stuk. 

En hij is nog niet voorbij, want vanavond is er de traditionele dansvoorstelling door de leerlinges van Don Bosco School waarbij ook ik, houten klaas uit Nederland, een dans op Indiase muziek ten beste moet geven. Het is echt een enorm spektakel, met toespraken, Indiase dansen en - verrassing! - ook Gangnam Style. Daarbij moet ik uiteraard meedoen en het is een absolute heksenketel. Ze gaan helemaal los. Kinderen botsen en vallen over elkaar heen. Iedereen wil het handje van uncle Peter vasthouden en aan het einde heb ik kramp in mijn kaken van het lachen. Echt een super-ervaring en een aanrader voor depressieve mensen. Je bent in 1 keer genezen! Na het dansen is het tijd om de pennen die door de Rabobank zijn geschoken uit te delen. Daar wordt de sfeer alleen maar nog meer uitgelaten van.

Woensdag 18 december 

Vandaag gaan we shoppen. En dat gaat niet helemaal goed. In diverse opzichten. Zo komen we op de heenweg weer in een wegblokkade terecht van tegenstanders van splitsing van Andhra Pradesh. Dat geeft mij tijd om foto's van de rijstoogst te maken.

Ik heb een bedrag van ongeveer 150 euro te besteden voor cadeautjes waar alle meisjes van de school (ongeveer 300 in getal) iets aan hebben. Geld dat bijeen is gebracht door de 'sponsorouders'  van de meisjes. Sr. Selvi heeft een goed idee: we kopen een tv voor in de boarding (het overblijfgebouw voor de meisjes van de kostschool). Dat kan hier voor 150 (en zelfs voor een heel stuk minder). Maar op deze dag rust geen zegen. In de twee tv-zaken waar we komen hebben ze alleen heel dure, grote flatscreens die ruim boven het budget zijn. En overal waar ik geld wil pinnen - zelfs bij mijn eigen ING-bank - komt er niks uit de muur. Het moet wel aan mijn pas liggen. De fijne mensen van ING hebben mij enkele maanden geleden een nieuwe pas gestuurd nadat de oude kapot was gegaan en hebben besloten om mijn wereldpas te vervangen door een pas die alleen in Europa is te gebruiken. 

Daar sta je dan in Guntur met een niet werkende pas. Via mijn vrouw Dilia krijg ik het nummer van de ING helpdesk in Nederland en zij bevestigen mijn verhaal. Zonder dat aan mij te vragen hebben ze van mijn nieuwe pas een Europapas gemaakt. Niet zo leuk, ING. Maar de service is goed, moet ik toegeven. Na al mijn gegevens te hebben gecheckt beloven ze van de pas weer een wereldpas te maken. Als het goed is, kan ik morgen weer pinnen. Voor de zekerheid geef ik toch maar even niets meer uit en heb ik ook mijn laatste vijftig euro gewisseld. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar het heeft geen zin je druk te maken over dingen waar je toch niets aan kunt doen (zei de oude Indiase wijsgeer).

Terug in PT Parru wordt het toch nog leuk. We zouden rond negen uur Nederlandse tijd contact proberen te leggen met de De Kranepoort, de school in Gouderak die hier vier meisjes steunt. Dat wordt uiteindelijk 11 uur, maar het lukt! Wat zijn de meisjes (en ook zuster Selvi) zenuwachtig! Ze praten kort met juf Anita van de Kranepoort en dat is een eenmalige ervaring. Daar zullen ze het nog wel een heel jaar over hebben.

Vanavond om 10 uur Indiase tijd neem ik de nachttrein naar Kamalapuram, in het zuiden van Andhra Pradesh waar ik op bezoek ga bij sr. Nirmala en sr. Elizabeth. Zij werken in de vestiging van de franciscanessen waar een kliniek staat en een boardingschool. 

Het afscheid doet pijn. Alle sponsormeisjes hebben zich 's avonds voor de trappen van het kloostergebouw verzameld en ik geef ze een dikke knuffel. De meisjes die ik samen met Dilia heb geadopteerd, Madhuri en Kalpana, zijn in tranen. Ik zal ze de komende twee jaar niet meer zien. Met sr. Selvi en sr. Adsilia naar het station van Nidubrolu. Daar komt de trein bijna een uur te laat binnenrollen. De conducteur loodst mij naar mijn plek, hij kent zijn passagiers. Slapen.

Donderdag 19 december

En dan wakker worden, de volgende morgen in Tirupatti,  een beroemde tempelstad. Daar kan ik alleen overstappen op de trein naar Kamalapuram, een bezoek aan de tempel zit er niet in, maar de pelgrims zijn overal. Tirupatti heeft een tempel voor de hindoegod Venkateswara en het is de rijkste tempel van India. Drommen mensen bewegen zich in traag tempo de berg op richting tempel. Daar laten ze zich kaal scheren. De haren worden verkocht en dat is, samen met de giften van de pelgrims, de belangrijkste inkomstenbron. Echt mensenhaar voor pruiken en hair extensions is nog steeds zeer gewild. Overal zie je dan ook kaalgeschoren pelgrims. En zij die nog haar hebben, zijn op weg naar Venkateswara.

Maar ik dus niet. Ik neem de trein van 6 uur. Een echte Indiase trein. Dat betekent niet wegduiken achter een boek of krant. Nee, een gezelschap dat net terugkomt van een bruiloft ver weg en nu terugkeert naar Cuddapah (vlakbij Kamalapuram) komt bij me zitten. Al snel zitten er op de 6 zitplaatsen zo'n 10 mensen. Door de meesten wordt ik bekeken alsof ik een tv-programma ben. Open monden, gefixeerde blik. Daar ben ik inmiddels wel aan gewend in India. De twee jonge meisjes in het gezelschap (jaar of 18) gaan een gesprek met mij aan, in opmerkelijk goed Engels. En niet alleen maar what's your name en where do you come from. Het gaat over van alles en nog wat en we kletsen zo de drie uur treinreis vol. Ondertussen zijn de smartphones tevoorschijn gekomen en worden we facebookvrienden.

Ze zijn zeer geinteresseerd in wat ik in India kom doen. De meisjes blijken zelf hun Engelstalige school te hebben gevolgd via een sponsorprogramma van een stichting uit Canada. De familie  heeft zich van hindoes bekeerd tot evangelische christenen. Ze begrijpen niet dat ik alle soorten vlees eet. Weet ik dan niet dat je volgens de bijbel alleen kip en schaap mag eten? Ik zou niet weten waar dat staat. Dat is nou zo leuk aan India, na een treinreis weet je een hele boel van je medereizigers als je een beetje geluk hebt en je hoeft je niet te vervelen. Daar zorgen ook de mensen voor die van alles verkopen in de trein en op de perrons. Ze schreeuwen luid wat ze verkopen. Chai! of Lays! (chips) of Kaffie! (koffie) of Waddee (gefrituurde snacks).

Dan is er het station van het plaatsje Kamalapuram. Vreemd genoeg staan sr. Nirmala en sr. Elizabeth mij niet op te wachten. Dan maar met een riksha naar het St. Joseph's Hospital. Daar blijkt dat ze mij gezocht hebben op het station maar niet hebben kunnen vinden. Het weerzien is hartelijk. Ook sr. Rita Michael, de moeder-overste is er al. Ze vertellen dat ze als jonge zustertjes hier begin jaren tachtig met zijn drieen hebben gezeten. Het zijn drie handen op een buik. Kamalapuram is echt een desolate plek in the middle of nowhere. Veel zusters beschouwen hun verblijf hier als een verbanning. Er is geen fluit te doen. Het is er stoffig, droog en arm. Maar Nirmala en Elizabeth zijn van het zeldzame type zusters voor wie dat helemaal niets uitmaakt. Ze staan echt totaal in dienst van de arme mensen en de rest interesseert hun niet. Het is bewonderenswaardig.
Sr. Nirmala zal hier nog enkele maanden zijn en neemt dan een time out.

In de middag is het tijd om te gaan shoppen. Mary Nirmala, wiens opleiding Dilia en ik hebben betaald, is getrouwd en heeft een baby gekregen. We gaan eerst bij haar langs en ik geef alvast een cadeautje. Daarna ga ik samen met Nirmala en Rita Michael naar Cuddapah om nog andere cadeautjes te kopen: zeep, pampers, een handdoek een babydekentje en een kerstmis-jurkje. En als klap op de vuurpijl een set zilveren enkelbandjes. Dat behoort hier tot de standaarduitrusting van een baby. We gaan van winkel naar winkel in de groezelige stad en Nirmala is overal flink aan het pingelen. Terug naar het huis van Mary Nirmala's ouders. Ze wonen aan de rand van de stad, in een wijkje met veel katholieke gezinnen, allemaal kastelozen (dalits). Mary Nirmala is inmiddels een prachtige jonge vrouw en ze ziet er erg gelukkig uit. Op 6 januari reist ze naar Kerala waar ze zich bij haar man voegt. Die heb ik nooit gezien, maar volgens Nirmala is het een geschikte vent. Inmiddels steunen we Prasanna, de zus van Mary Nirmala. Zij studeert in Nellore en kan niet erbij zijn. We hebben een cadeau voor haar meegenomen uit Nederland. Binnenkort komt ze naar Cuddapah en zal sr. Nirmala haar het presentje (een mooie pen met een engeltje erop) overhandigen.

We gaan terug naar St. Joseph's Hospital en Rita maakt zich klaar om terug te reizen naar Chennai. Maar eerst moet er natuurlijk nog gegeten worden. Een eenvoudig feestmaal met twee soorten rijst, viscurry, komkommer en chapatti's. Ik zal later, als we samen een rondreis gaan maken door Tamil Nadu, nog met Rita spreken over de toekomst van het project in Kamalapuram na het tijdperk sr. Nirmala.

Vrijdag 20 december

Samen met Bernadette bekijk ik de toiletten die door de Thomasstichting voor bouwprojecten zijn neergezet voor de schoolmeisjes. Zowel Future for Sale als Amaidhi hebben daaraan meebetaald. Ze zien er keurig uit. Vervolgens bekijken we het grote achterterrein van het ziekenhuisje. Daar heeft sr. Elizabeth zich over ontfermd. Ze teelt er allerlei groenten: tomaten, aubergines, lady's fingers, green leaves en verschillende soorten boontjes. Ze heeft het irrigatiesysteem aangepast en het ziet er goed uit.

Vandaag komen de 10 health workers (gezondheidswerkers) langs. Ze werken als een soort ehbo'ers in 20 dorpen rond Kamalapuram waar ze medicijnen uitdelen en mensen doorverwijzen naar St. Joseph's Hospital. Amaidhi zorgt voor een kleine vergoeding voor dat werk dat hun enige 'vaste baan' is. Voor de rest moeten ze hun kostje bij elkaar scharrelen via baantjes voor een dag of een paar dagen: koeliewerk dus. Ik heb sr. Nirmala gevraagd of ze eventueel als health worker in dienst van de overheid kunnen komen. Maar dat is onmogelijk, zo blijkt. De overheid heeft al parttime health workers en als er meer werk zou zijn dan krijgen zij voorrang. Bovendien moet je aan allerlei vereisten voldoen; dat kunnen deze vrouwen niet. Maar voorlopig zal het project wel door blijven draaien op de oude wijze. Ook sr. Elizabeth heeft ervaring met mobiele poliklinieken (wat de health workers in wezen ook zijn), zo is mij verteld door sr. Selvi in PT Parru. Nirmala heeft voor iedere health worker een kerst-sari gekocht. Dat is een cadeautje van Amaidhi. Ze zijn er erg blij mee. 

Op het terrein van St. Joseph's Hospital staan twee uitbundig uitgedoste kerststallen met veel flikkerende lichtjes, kerstballen, sterren, slingers en andere blingbling.Die moeten natuurlijk op de foto. Na de lunch ga ik met Nirmala terug naar het ziekenhuisje om medicijnen uit  te delen aan de health workers. Ze hebben allemaal een grote plastic doos met vakjes  waar de diverse tabletten in gaan en ze kibbelen over wie welke pillen krijgt en hoeveel. Vervolgens krijgen ze hun vergoeding die ik moet overhandigen. Dan vertrekken ze huiswaarts. De computer wil vandaag niet het internet op. Dus dan maar een verslag maken op de eigen laptop en wachten op een computer die het wel doet.

De middag gaat voorbij in de heerlijke chaos die hier altijd heerst. Er zouden schoolmeisjes langskomen die cadeaus krijgen van Bernadette, maar die komen veel later dan eerder afgesproken. In de tussentijd kwebbelen we de tijd vol. Nirmala zegt dat ze op 15 juni zal vertrekken uit Kamalapuram. Het is een datum die nog niet echt vaststaat, zoals later zal blijken. Hoe dan ook, Nirmala zal uit Kamalapuram vertrekken en wie haar zal opvolgen, is nog niet duidelijk. Ik moet nog met moeder-overste Rita over deze opvolgingskwestie praten. Om half zes zal het dansprogramma beginnen. Dat wordt uiteindelijk natuurlijk veel later en ze hebben er echt werk van gemaakt. Veel verschillende dansen, speeches en cadeautjes. Ik nodig Bernadette uit om met een van de dansen mee te doen en dat leidt tot een uitbundige stemming onder de schoolbevolking. Het loopt allemaal erg uit, dus het avondeten gaat met grote snelheid naarbinnen. Want mijn nachttrein naar Chennai komt om 9 uur en we mogen niet te laat zijn. De trein heeft meestal een vertraging van een uur. Maar dit keer is hij er al om kwart over negen dus we hebben niet voor niets gehaast.

Ik ga meteen op mijn treinbed liggen. Lekker slapen totdat we om een uur of 4 Chennai bereiken. Tenminste dat is het plan. Maar daarbij heb ik geen rekening gehouden met de baby in het bed boven mij. Die blijkt niet van plan te zijn om te stoppen met huilen. Het wicht schreeuwt de longen uit zijn lijf en zal dat de hele nacht blijven doen. Als een zombie rol ik om half vijf het perron op.

Zaterdag 21 december

Dan is het dus al zaterdag. Zuster Jainsi haalt me op van het station en brengt me naar het moederhuis bij St. Thomas Mount en daar kan ik gelukkig nog zo'n 3 uur nachtrust inhalen. Na het ontbijt blijkt dat ik mijn mooie kamer hier weer moet verlaten. Sr. Rexline wil dat ik in het klooster van het St. Thomas Hospital kom overnachten. Dat is vlakbij en ook dat is een goede plek. Ik heb een gesprek in het kantoor van sr. Rexline, waar iedere vijf minuten wel weer iemand anders binnenvalt met een vraag, een verzoek of een kerstcadeautje. Sr. Rexline verschuilt zich achter een enorme zonnebril. Ze heeft zojuist een oogoperatie gehad en ze kan niet gaan shoppen (haar lievelingsuitje) of buiten de deur gaan eten (mijn plannetje). Ze doet het noodgedwongen rustig aan en dat is wel eens goed voor deze bezige bij.

Juist vandaag blijkt Fran Ferguson uit New York te zijn gearriveerd, een aardige dame op leeftijd die ik al meermalen in het ziekenhuis van Rexline ben tegengekomen. Dat is een heel leuk weerzien. Ik nodig haar uit om mee te gaan met mijn middagtrip, een bezoek aan Chembarambakkam, een dorp waar Rexline een bejaardenhuis heeft gebouwd. Fran heeft er wel zin in. Dus op weg. En zoals dat gaat in India wordt het weer anders dan verwacht. We gaan eerst naar de nonnetjesschool, het noviciaat. Dat is de plek waar argeloze meisjes worden opgeleid tot jonge franciscanessen. En ook in India komen er daar steeds minder van. Dan gaan we toch echt richting bejaardenhuis. Amaidhi wil daar graag een zonneboiler plaatsen, net zoals we hebben gedaan op het St. Thomas Hospital. In het bejaardenhuis blijkt een frisse wind te waaien. Er zijn meer bejaarden, de keuken is opgeknapt en er is een mooie dining hall. Er heerst een veel betere sfeer dan toen ik er voor het laatst was. Dat geeft de burger moed.

Zondag 22 december

Het is hier iedere zondag koopzondag. daar komt geen winkeltijdenwet aan te pas. Daarom gaan we vandaag shoppen. Fran gaat mee en ook Maria uit Boston die enkele maanden vrijwillig als verpleegkundige in het ziekenhuis van Rexline werkt. Vanmorgen heb ik nog lekker met haar zitten kletsen bij het ontbijt. Ik wilde even langs bij de medical shop van Gauri en Mani, old time friends waar ik steeds effe langswip. Ooit vroegen ze mij een naam voor hun dochtertje te kiezen. Dat werd Nirmala Dilia (naar mijn favoriete zuster en mijn favoriete vrouw). Helaas is dit een van de weinige winkels die vandaag dicht zijn.

Daarom tik ik dit nu in een internetcafe. Vanmiddag dus de stad in om te winkelen en vanavond langs bij het weeshuis dat Rexline heeft gebouwd. Daar wil Amaidhi een zonneboiler op het dak zetten. Er komt ook nog een extra boiler op het ziekenhuis en eentje op het bejaardenhuis waar ik gisteren was. Hopelijk met steun van de Wilde Ganzen. 

We zouden gaan winkelen om 2 uur. Nou dan reken je meestal een uur of anderhalf erbij. Maar, wonder boven wonder, we vertrekken om 10 voor 2! Eerst naar Parrys Corner waar er per straat wat anders wordt verkocht: in de ene straat kantoorartikelen, in de andere feestspulletjes, in weer een andere kleding, etc. Ik wil wat beddengoed en handdoeken voor Gauri kopen, maar in dit deel van Chennai zijn de meeste winkels dicht. Zuster Celie en zuster Sumitha weten toch te scoren: tassen vol sari's en andere kleding. Allemaal kerstgiften. Ze kopen bijzonder fruit voor ons dat ik nooit eerder at en waar ik de naam alweer van ben vergeten. Ontzettend lekker. En we eten zoetigheid met almondmilk in de beroemste sweet shop van Chennai (Ananda Bhavan). Gouden plafond, overal spiegels en bijzonder smakelijke hapjes. Ik koop ook cadeautjes voor thuis. Maar ik kan nu niet zeggen welke dat zijn, want mijn kinderen, Clemens en Myrthe, lezen mee!

Vervolgens gaan we naar dat andere grote winkelgebied: T Nagar in de verwachting dat daar waarschijnlijk ook alles dicht zal zijn. Daar is echter geen sprake van. Alles is open en de grote (en zeer dure) kledingwinkels zoals Saravana en Nalli's puilen uit van de mensen. Zo erg druk is het dat zelfs de shopping sisters niet naar binnen willen. En dat heb ik nog nooit meegemaakt. Uiteindelijk vinden we wat we willen hebben (of eigenlijk wat de zusters willen hebben) en keren we huiswaarts.

Ik heb dan even tijd om me op te frissen en vervolgens, bepakt met cadeautjes, naar Gauri te gaan. Ze staat al op me te wachten voor haar apotheekje. Hey man, how are you. I am so happy, so happy! Dat zal ze deze avond nog vaak zeggen. Met een riksha gaan we naar haar huis. Ze woont nu in Poonamallee, zo'n 25 minuten rijden.

Gauri en Mani hebben namelijk nu een eigen huis, nadat ze eerst gehuurd woonden.  Dat huis heeft Gauri geerfd. Haar ouders zijn jong gestorven en konden haar bij het huwelijk geen bruidsschat meegeven. In plaats daarvan heeft ze nu het huis. Of eigenlijk moet ik zeggen een heel steegje met vijf huisjes op een rijtje. In een van de huisjes woonen Gauri en Mani, de andere vier verhuren ze.  Dat brengt aardig wat geld in het laatje. Ieder huisje bestaat uit 2 kleine kamers. Het ruikt er naar schimmel en het ziet er erg beduimeld uit. Haar vorige huis was groter en minder bedompt. De dochtertjes komen erbij zitten en de buurvrouw en de tante en alle kinderen uit de buurt kijken toe hoe ik de vers gefrituurde snacks van uien en linzen naar binnen werk. En drie giga glazen cola. Voor het glas leeg is, is het alweer vol. Nee zeggen is er niet bij. Er is ook cake  en een zelfgemaakte zoete brij (erg smakelijk). We maken over en weer foto's en Gauri straalt helemaal.

Al bij een van de eerste keren dat we Gauri en Mani zagen zei Gauri dat ze een grotere winkel wilde en een eigen huis. Dat is nu dus zo. I told you so man! Next time when you I will have a car, man. Ook wil ze het huidige huis afbreken en een nieuw huis bouwen. Haar dochtertje Nirmala Dilia (Abidaya) wil arts worden. Als ze het karakter van haar moeder heeft, zal haar dat zeker gaan lukken. Maar een danscarriere behoort ook tot de mogelijkheden. Abidaya doet haar naam eer aan, die betekent 'goede danser'. Haar zusje heet Aparna wat 'zoeker' betekent als ik het goed heb begrepen.

Om haar ambities waar te maken, zijn wel vele offers nodig. De kinderen gaan naar een dure, Engelse privé-schhool. Daarvoor moet hard worden gewerkt. De dag van Gauri en Mani begint om een uur of vijf. Gauri maakt lunch. Mani brengt de kinderen naar school, een rit van 25 minuten vanuit Poonamallee. Dan opent hij om 9 uur de winkel en vertrekt er pas weer om 11 uur 's avonds. Gauri helpt hem in de winkel totdat ze om 3 uur de meisjes van school haalt en naar huis brengt. Ze ziet haar Mani pas weer om 12 uur, middernacht. Dan eet hij thuis zijn avondeten. Zo gaat dat iedere dag, ook op zondag. Gauri en Mani zijn de vriendelijkste mensen die ik ken. En de avond met Gauri was de leukste avond die ik tot nu toe had. Het was een en al gastvrijheid. India is great!

Maandag 23 december

Deze morgen wil ik naar het internetcafe, maar het is nog dicht. Daarom wandel ik wat door de buurt en besluit langs te gaan  bij het weeshuis van sr. Rexline, de Assisi Illam. Dat wil ik graag in het daglicht zien. Het plan is namelijk om daar een zonneboiler op het dak te zetten. En dan moet ik natuurlijk wel even het dak inspecteren. Het lijkt wel geschikt. In het weeshuis leven ongeveer 25 kinderen die verzorgd worden door twee nonnen en twee vrouwelijke manusjes van alles. De kinderen laten me het huis zien dat onder meer ook over een kapel beschikt. Er zijn maar 6 kinderen aanwezig. Zij hebben al kerstvakantie omdat ze op de Engelstalige school zitten. De andere kinderen volgen onderwijs in het Tamil en gaan pas morgen op vakantie.  Het huis ziet er erg goed onderhouden en schoon uit.

Inmiddels is het internetcafe open en ik ga aan de slag. Na een enorm verhaal te hebben getypt, slaat het noodlot toe. Powercut! Geen stroom, weg tekst. En wanneer de stroom terugkomt? Nobody knows. Al de nieuwe tekst die je tot nu toe las heb ik laat in de middag opnieuw getypt...

Maar voor dat zo ver was, heb ik een ontzettend leuk uitje gehad met de vrouwen uit het Zontahuis. Het gaat om hiv-geinfecteerde vrouwen, voor een deel ex-prostituees. Voor hen heeft Amaidhi geld ingezameld zodat ze een goed tehuis konden bouwen. Dat is al weer heel wat jaren geleden. Maar sindsdien nemen we hen iedere keer als we in India zijn mee voor een uitje. Nu dus ook. Eerst een lunch in een chique restaurant, een ervaring die ze anders nooit hebben. Het is prachtig om ze te zien genieten. Daarna gaan we naar een park met een speeltuin. Ze schommelen en glijden heel wat af. In de bus die we hebben gehuurd zingen we christmas carols. Het is super gezellig. Maar af en toe ook ernstig want met de nieuwe organisatie die het huis runt, willen we proberen, na jaren van verslonzing weer een fatsoenlijk dak boven het hoofd te bieden voor deze vrouwen. Daarvoor moet er een projectvoorstel op tafel komen. 

Dinsdag 24 december

Het is de dag voor kerstmis en dat betekent cadeautjestijd voor de nonnen in het klooster bij het St Thomas Hospital. Om zeven uur hoor ik ze kwetteren, opgewonden als verliefde tieners. Come quickly roepen ze, ze kunnen niet meer wachten. Alle zusters zijn in een kring verzameld op het binnenplaatsje van het klooster, rond de boom die daar groeit met het beeld van de heilige Franciscus ervoor. Ook Rexline is erbij met haar pikzwarte zonnebril. En Santaclaus: een zuster in een kerstmanpak met veel kussens op buik en kont. De cadeautjes zijn van het zeer praktische soort: handdoeken. Ze zijn verpakt in de plastic tassen van de winkel waar ze gekocht zijn. En ze zijn tussen de takken van de boom gestoken.

Het feest begint met een saaie toespraak van een jonge zuster. Je ziet de anderen denken: wanneer komen die presentjes nou? Dan is het tijd. De verdeling van de cadeaus gaat via een spel. Er wordt een lucifer aangestoken en doorgegeven van zuster naar zuster (en ook naar de gasten natuurlijk). Bij degene waar de luctifer dooft stopt de rondgang. Die moet een cadeautje uit de boom pakken. Daar staat de naam op van de ontvanger. Iedere keer als de lucifer bij mij arriveert staat er een nonnetje achter mij die het ding uitblaast. Dikke pret natuurlijk. Dan moet er ook gedanst worden: ik zet de polonaise in en de zusters komen niet meer bij.

Dan is het tijd om naar Karunalaya te vertrekken, het straatkinderenproject in het noorden van Chennai (St Thomas Hospital ligt in het zuiden). Dat is een reis van zo'n anderhalf uur met riksja, stadstrein en nog een keer riksja. Het is zeer broeierig. Het heeft in de nacht een beetje geregend en alles is klam. Als ik uiteindelijk bij Karunalaya arriveer, ben ik uitgeput. Na een aantal dagen hoesten, breekt vandaag een forse verkoudheid door. Jazeker, het is hier 25 tot 30 graden en ik snotter maar raak. Gelukkig is dit voor de rest een zeer ontspannen dag. Ik ga naar het huis van Paul Sunder Singh, de directeur van Karunalaya. Daar is het een vrolijk weerzien met Pauls vrouw Bakiam en zijn zoons Peter en Jacob en zijn aangenomen dochter Beulah. Ik heb een berg cadeaus voor iedereen bij me. Beulah is helemaal weg van het mode-tekenboek dat ze heeft gekregen. Ze is er de hele volgende dag in bezig. Peter en Jacob gaan helemaal los met hun Nerf-pistolen.

Ik ga even slapen en daarna is het lunchtijd. Bakiam heeft garnalencurry gemaakt en geroosterde reuzengarnalen. Zij maakt absoluut de beste garnalencurry die ik ooit heb geproefd. Na de lunch speel ik met Peter en Jacob (gelukkig kan ik gewoon op een stoel blijven zitten). Dan is het tijd om de buurt te verkennen. Op de hoek van de straat blijkt een brons- en aluminiumgieter te zijn neergestreken. Hij verkoopt zijn beeldjes van goden, zonnen en christusfiguren niet. Wie een beeld wil kopen moet hem omsmeltbaar materiaal leveren. Daar maakt hij dan voor 200 roepies een beeld van. Ik besluit een beeld van de dansende Shiva (Nataraj) te laten maken van oud aluminium uit het opvanghuis voor straatkinderen. Een mooi cadeau voor de vrouw die onze website in het Engels heeft vertaald. Een cadeau met een bijzonder verhaal en foto's van hoe het is gemaakt.

In het opvanghuis blijkt er een tv-documentaire te worden gemaakt over de straatkinderen. Daar pik ik nog net het laatste staartje van mee. Daarna speel ik een spel met de kinderen en ga terug naar Pauls huis. Aan het eind van de middag rijden we naar Marina Beach, het enorme strand van Chennai. Dat is een heerlijke plek om te zijn als de hitte uit de lucht is. Heerlijk uitwaaien in de zeebries, terwijl de jongens in de vloedlijn spelen. Marina Beach staat altijd vol kraampjes waar ze allerlei lekkere snacks en drankjes klaarmaken. Ook staan er met de hand bediende draaimolens, schiettenten (raak de ballonnen) en kraampjes vol snuisteren. Daar tussendoor rijden er jongens op paardjes rond die op zoek zijn naar kinderen die een ritje willen maken. En er lopen suikerspinverkopers die hun komst aankondigen met een luid gebel. Dat is dus een heel ander strandleven dan in Nederland. Wat wel hetzelfde is: er zijn veel ijsstalletjes. Marina Beach is het favoriete avonduitstapje van veel bewoners van Chennai. Het is er altijd druk. Het is echt een heerlijke ervaring om hier weer te zijn. Uiteraard gaan we snacken: geroosterde maiskolven, gefrituurde uien en pepers in een deeglaag, vers geperst suikerrietsap. De jongens mogen schieten en krijgen van Srinivassan, een ex-straatkind dat de kerstvakantie bij Karunalaya doorbrengt, een soort lichtgevende helikoptertjes cadeau. Op mijn verkoudheid na voel ik me weer helemaal thuis in India. Eindelijk een ontspannen dag na vele dagen reizen en werken.  

Woensdag 25 december, kerstmis

Vanmorgen ben ik met Paul, Bakiam en de kinderen naar de mis voor kerstmis geweest. Zij zijn lid van de pinkstergemeente (Pentacostal Mission) en de dienst duurde drie uur. Tussendoor ben ik er even tussenuit gepiept want dat werd me toch te gortig. Veel opzwepende zang en eindeloze herhalingen, schreeuwende en schouderschokkende mensen. Wuivende armen en handen en bewegingen als in trance. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt en ik wist niet goed wat ik ermee aanmoest. Aan de ene kant komt het heel uitbundig en blij over, maar aan de andere kant is het ook wel eng. Ik moet zeggen dat ik meer kerstgevoel over heb gehouden van mijn wandeling door de smalle straatjes van de wijk waar over al op het wegdek kleurrijke kerstgroeten zijn getekend en waar iedereen je happy christmas wenst. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

Het is wel de vreemdste kerstmis die ik ooit heb meegemaakt. Na de kerkdienst hangt iedereen wat rond in huis en eet speciale kerstsnacks. Kerstmis draait hier niet zo erg om eten als bij ons. Daarentegen draait het hier iedere dag al om eten. "Heb je al gegeten", vragen mensen als je ze ontmoet. Het plan is om te gaan zwemmen, maar dat wordt eindeloos uitgesteld. Wachten, wachten. Maar dan komt toch Srinivassan, een van de voormalige straatkinderen en deze dagen onze chauffeur met het oude autootje van Karunalaya voorrijden. De kinderen krijgen hun zin: we gaan naar het zwembad. Daar zeuren ze al over sinds mijn aankomst. Om vier uur 's middags zijn we in het water en we hebben het hele zwembad voor ons alleen. Het stinkt er naar de nabije rivier die riekt als een riool. Maar het water is heerlijk. Het kost 100 roepie per uur (iets meer dan een euro) en dat is duur. Daarom komen in dit bad niet zo veel mensen. Even verderop is er een ander zwembad. Daar betaal je 15 roepies per uur en daar is het meestal keidruk, vertelt Paul. Hij geeft zwemlessen aan Jacob. Beulah en Peter zijn nog erg bang in het water en krijgen ook wat instructie. Srinivassan en Paul zwemmen ggoed, dat hebben ze zichzelf geleerd. Het is fijn om in het zachte licht van het eind van de de dag in het water te dobberen. Voor mij is het water lekker warm. De Indiërs vinden het erg koud. Ze klappertanden.

Na het zwembad gaan we naar de trade fair, een soort huishoudbeurs in een grote tent. Daar worden eerst de kinderen gevoederd. Met name Jacob verstouwt enorme hoeveelheden en blijf vragen om meer. Ik heb er niet zo veel zin in om naar deze beurs te gaan, maar gaandeweg zie ik er wel de humor van in. De stands lopen van superdure appartementen in de verkoop tot een man die een magische dweil demonstreert. Aan het eind ook veel lekker eten dat je kunt proeven. Ik zit even in de beroemde mini-auto van Tata, de Nano. Best comfortabel (als je voorin zit). Massageapparaten, magische kruiden en poedertjes, motorfietsen, schoolmaterialen, meubels, alles is hier te zien en te koop. En het is druk. De inwoners van Chennai houden van dit soort beurzen.

Terug in het huis van Paul zijn we eigenlijk allemaal bekaf terwijl het een relatief rustige dag was. Peter is niet meer wakker te krijgen. Jacob loopt als een zombie overal tegenaan. Na het eten heb ik nog een flink gesprek met Paul over de diverse projecten die nu lopen en de diverse sponsoren. Er blijkt nu ook een Schotse variant van Karunalaya te zijn ontstaan. Eerder vormden jongeren die een tijd bij Karunalaya werkten in Nederland al de stichting Karunalaya. De organisatie krijgt verder steun van Andheri Hilfe in Bonn (een heel grote sponsor) en draait ook een aantal overheidsprogramma's waarmee geld binnenkomt.

Donderdag 26 december

Vandaag wordt het spannend. Vanmiddag zal er bouwoverleg zijn met Noori van SIP Memorial Home, een opvanghuis voor kinderen met hiv of met ouders die hiv hebben. Net voordat ik naar India vertrok, heb ik geld voor de eerste fase overgemaakt. Dat zou nu zo'n beetje gearriveerd moeten zijn. Zullen we de cornerstone kunnen leggen? Dat zou wel grappig zijn. Ik moet zeggen dat ik best zenuwachtig ben.  

De dag met Noori verloopt moeizaam. Ik bezoek haar met Paul Sunder Singh en Elizabeth Negi, een consultant en goede vriendin van ons. Noori ontvangt ons in haar kantoor. Daar stel ik een aantal vragen aan haar over de geplande bouw van het nieuwe opvanghuis voor kinderen met hiv. Paul en Elizabeth moeten voor ons de bouw gaan begeleiden en communiceren over het verloop.Ik leg er met name de nadruk op dat Noori het bouwcontract moet zien als een zakelijke deal en dat ze flink bij de aannemer moet afdingen. Ze is hier niet happig op omdat de aannemer, zo blijkt, een vriend van haar is die ze kent via de kerk (Church of South India). Hij is daar ook voorganger en Noori zit in het kerkbestuur. Na de bespreking gaan we voor het eerst kijken naar de bouwplaats. Ik ben zeer verbaasd om te horen dat die plek ver van de stad ligt, op wel anderhalf uur rijden van Noori's kantoor. Noori gaf eerder aan dat het dichterbij zou zijn. Na een lange rit komen we op de plek aan: midden in de velden, tussen een aantal andere stukken grond die met piketpalen zijn afgezet als toekomstig te bebouwen percelen. Noori heeft dit stuk land geschonken gekregen. Dat is mooi, want land is duur.

Maar deze locatie, zo ver van de stad, in the middle of nowhere...Het is zeer de vraag of dat een goede plek voor de kinderen. Ze zijn het leven in de stad gewend, waar ze nu in een gehuurd gebouw zijn ondergebracht. Daar moeten we thuis nog goed over nadenken. We nemen afscheid. Daarna gaan Paul en ik terug naar de stad. Vandaag is Paul jarig en dat moet natuurlijk nog gevierd worden. Dus gaan we uit eten in een goed restaurant met de hele familie Sunder Singh en twee ex-straatkinderen die bij Karunalaya woonden. Ik heb de familie uitgenodigd, maar aan het eind van het verhaal mag ik absoluut de rekening niet betalen. Ik moet nog een list verzinnen om dat recht te zetten. Srinivassan, een van de jongens, zet me af bij St. Thomas Hospital na een zeer hartelijk afscheid.

Vrijdag 27 december

Vroeg uit de veren want we gaan op reis door het zuiden van Tamil Nadu. Moeder overste Rita Michael heeft een auto met chauffeur geregeld en stuurt voor de eerste twee dagen zuster Jainty mee met Bernadette en mij. Het wordt een heerlijke dag, ook voor Jainty voor wie dit de eerste sight seeing tour is. Na een koffiestop in de oude Franse kolonie Pondicherry (nu een apart staatje binnen India, een 'Union Territory') gaan we naar Pichavaram waar we een boottocht maken door de kreken met mangroven (backwaters). Ontzettend mooi en interessant. Om ons gezelschap compleet te maken, nemen we twee Indiase jonge mannen mee in de boot. Type: kijk eens hoe modern en westers ik ben. Ze hebben het constant over a hundred bucks als ze honderd roepies bedoelen. Maar het zijn wel gezellige boys en we beloven facebookvrienden te worden.

Nabij Pichavaram ligt Chidambaram met de beroemde tempel van de dansende Shiva (Nataraja). In de muren van deze tempel zijn de poses gebeiteld van de dans waarmee Shiva volgens de hindoe's de wereld schiep. Die poses keren terug in de klassieke Zuid-Indiase tempeldans, de Bharata Natyam. De voorstellingen zijn te zien in het allerheiligste deel van de tempel maar dat is donker en overstelpt door pelgrims, dat slaan we daarom over. Bovendien is het zo duister en mag je maar zo kort naar binnen dat je toch geen tijd hebt om de sculpturen te bekijken. Maar ook buiten dat is dit een tempel die enorm veel moois te bieden heeft. Ik wilde hier al heel lang naartoe en ben blij dat het eindelijk zo ver is. Het wachten was de moeite waard. Wat een rijkdom aan beelden, kleuren en geuren. En nog nooit zag ik een tempel met zoveel priesters. Dikshitars noemen ze die hier en ze hebben allemaal een knotje in hun opgeschoren haar. Dat ziet er wel koddig uit. Maar ze verrichten hun taken zeer serieus.

Van sommige hindoetempels krijg ik de kriebels.Het is er donker en eng en het ruikt er naar vleermuispoep. Maar deze tempel met zijn mantra's zingende dikshitars heeft een positieve uitstraling. Bijzonder is dat hij vier even grote gopurams heeft. Dat zijn hoge, rijk bewerkte tempeltorens die als ingangsportaal naar de tempel fungeren. De meeste tempels hier hebben maar één reuzengopuram. Het echte heiligdom met het belangrijkste godenbeeld - hier de Nataraja - is juist een veel lager gebouw. Hier heeft het allerheiligste een gouden dak. De gopurams tonen een wirwar van beelden en beeldjes in alle kleuren van de regenboog. Goden, dieren en demonen. Dit is geweldig. Voor mij is de reis al geslaagd. Op naar onze slaapplaats. Er volgen aardig wat uren over donkere binnenweggetjes naar het klooster waar we overnachten. Dat ligt in het dorp Manavallanallur, in de buurt van Kumbakonam, echt in de rimboe. Het is een onderkomen van de meest Spartaanse soort. Met harde britsen en afbladerende muren. Maar je moet er wat voor over hebben.

Zaterdag 28 december

We zijn gisteren in het donker gearriveerd bij ons primitieve kloostertje. Het enige dat we konden zien, was dat we een tijd langs een rivier reden. Nu, bij daglicht, blijkt dat we in een schitterende omgeving zijn aangeland. Er is hier water in overvloed: rivieren, kanalen, vijvers. Dat maakt dit deel van Tamil Nadu enorm vruchtbaar. Overal waar je maar kijkt, is het groen. Rijstvelden, kokosplantages, enorme banyanbomen. De enorme vruchtbaarheid was de basis van de verschillende dynastieën die hier in onze middeleeuwen de scepter zwaaiden, de Chola's en de Pandava's. Zij bevorderden de tempelbouw en de kunsten en later vandaag zien we in het museum in het paleis van Thanjavur (Tanjore) en in de tempels van Kumbakonam en Thanjavur de oogstrelende resultaten daarvan. De verfijndheid van de bronzen standbeelden en de ornamenten van de tempels benemen je de adem. Allemaal gemaakt in de vroege middeleeuwen. Daar steekt wat er gelijktijdig in Europa werd gemaakt wel heel schril tegen af. Het is het ene na het andere meesterwerk.

Maar eerst gaan we voor het eenvoudige leven. We stoppen regelmatig om dorpsscenes te fotograferen. En om foto's te maken van dit groene paradijs. Een dorpstempel met allerlei vrijstaande beelden in enorm felle kleuren. Olifanten, demonen, paarden en wachters die het kwaad uit het dorp moeten weren. Dit soort Eftelingachtige tempelbeelden zie je alleen hier in Tamil Nadu. Wonderlijk. Bernadette denkt eerst dat het een kinderpark is. Het ziet er vrolijk en speels uit.

We zien de klassieke tempel van Kumbakonam met duizend jaar oude fresco's van godentaferelen. Geen enkele steen is onbewerkt gebleven. Overal staan voorstellingen gebeiteld. Tempeldanseressen, goden en hun rijdieren, processies, fabeldieren. Alles tot in de kleinste details uitgewerkt. Het doet een beetje denken aan de rijkdom van een gotische kathedraal. De kleuren, als ze er al ooit waren, zijn al lang verdwenen. Het geeft de tempel een rustigere uitstraling dan de volledige beschilderde tempels. Ondanks alle drukke beelhouwwerk is het een heel harmonieus gebouw. We zijn er als het allerheiligste dicht is. Daardoor zijn er maar enkele bezoekers. Het is een totaal andere ervaring dan in Chidambaram waar het een heksenketel was van schuifelende pelgrims en priesters die al bezige bijen rondzoemden.

Kumbakonam staat bekend als stadje van zijdewevers. Hier worden nog sari's met  de hand gemaakt (handloom). We bezoeken een van de weverijen, een huis met drie weefgetouwen. Daar wordt druk gewerkt aan prachtig gekleurde sari's. Het kost zeven volle dagen werk om een eenvoudige sari met de hand te weven. Voor een huwelijkssari met veel goud en ornamenten heeft een wever ongeveer 23 dagen nodig. Zo'n sari kost ongeveer 80.000 roepies (1000 euro). De eenvoudige handgeweven sari's gaan voor 4.000 tot 5.000 roepies van de hand. Een jonge vrouw leidt ons rond door het huis. Ze maakt deel uit van een grote familie, allemaal mensen die onderling trouwen (zij is getrouwd met haar oom). In de hele, zeer uitgebreide, familie zijn er 51 weefgetouwen. Die gaan vijf jaar mee. Dan moet er een nieuw worden gebouwd.

Uiteraard komen er aan het eind sari's tevoorschijn om te verkopen. Ze zijn echt bijzonder mooi. Ontzettend heldere kleuren en prachtige patronen. Vaak ook double shade: afhankelijk van de lichtval verandert de kleur, bijvoorbeeld blauw en paars. Maar de prijzen zijn hoog. Daar heeft de vrouw wat op gevonden. Zij kent haar toeristen en komt met zijden sjaaltjes op de proppen. Ook die zijn prachtig en beter betaalbaar. Daar gaan er dus wat van mee naar huis. Ze heeft haar werk goed gedaan, we zijn zo onder de indruk van ons bezoek en de getoonde stoffen dat we pardoes vergeten af te dingen.

In Thanjavur (Tanjore) neemt onze chauffeur Sendhil ons eerst mee naar het paleis van de voormalige maharaja van Tanjore. Veel vergane glorie. De gerestaureerde stukken zijn wel erg enthousiast vernieuwd. Vooral de getoonde bronzen beelden zijn spectaculair. Goden in alle soorten en maten. Beelden van een zeldzaam vakmanschap. Er is ook een expositie van een deel van de bibliotheek van een van de maharajas. Onder meer zeldzame manuscripten op palmbladeren en bijzondere miniaturen. En ook één Nederlands boek!

We gaan naar de beroemde Grote Tempel van Thanjavur. En daar is het voor de afwisseling weer enorm druk. De tempel zou volgens Jainty geen schaduw werpen. Maar of dat zo is, kunnen we niet zon inmiddels in de laaghangende bewolking is verdwenen. In dit licht is de tempel op zijn mooist. Het lijkt wel alsof de tempel zelf een zacht oranje-bruin licht uitstraalt. Net als de tempel van Kumbakonam is dit een klassiek meesterwerk van tempelbouw. Hier is de tempel zelf groter dan de tempeltoren van de ingang. Zo begonnen de tempels ooit allemaal. Door de eeuwen heen werden de gopurams van de ingang steeds groter en groter. Totdat ze veel hoger waren dan de eigenlijke tempels. Hier zie je nog hoe het ooit overal moet zijn geweest.

De tempel heeft de vorm van een uitgerekte pyramide met vier even grote schuine zijden. En ook ook hier is er geen steen onbewerkt gebleven. Overal zijn er taferelen uit de godenverhalen in steen gebeiteld. Op een enorm tempelbordes bewaakt een stenen nandi (heilige koe) van reuzenproporties het heiligdom. 

We hebben geluk, want op dit tempelbordes is er deze avond een gratis dansvoorstelling: bharata natyam, de klassieke tempeldans. Leerlingen van een dansschool geven een performance met de nandi als uniek decor op de achtergrond. Zo ongeveer moet het oorsponkelijk ook zijn geweest: tempeldanseressen die het bordes als podium gebruikten. Alle bewegingen van voeten, ogen, handen en vingers hebben een betekenis en geen tel van de ingewikkelde ritmes wordt gemist door deze danseressen. Ze doen er 7 jaar over om de dansschool af te maken in een opleiding die qua zwaarte vergelijkbaar is met de beste klassieke balletopleiding. Dit is echt genieten. 

Na afloop rijden we naar het klooster van Trichy, een van de drie provincialaten (provincie-hoofdkwartieren) van de orde van de Franciscan Sisters of St. Jospeph. Daar zullen we moeder-overste sister Rita Michael weer ontmoeten en met haar de rondreis vervolgen. Het is een groot en zeer luxe gebouw in vergelijking met het vorige dorpsklooster. En het eten is er erg goed.

Zondag 29 december

Madurai here we come. Op naar een van de grootste tempels van India. De Sree Meenakshi tempel. Gewijd aan de godin Meenakshi maar met plek voor duizenden anderen goden op de tien gopurams (tempeltorens) die van deze tempel een stadje op zich maken. Het ommuurde complex domineert Madurai.

Hier is alles Meenakshi, van de autoverkoper  (Meenakshi cars) tot het kleinste restaurant (Meenakshi hotel, food availabel). Iedereen wil een graantje meepikken van de populariteit van de godin. Onderweg zie ik zelfs een klein eetstalletje met een enorme gopuram van bordkarton boven de gevel. Reizen met sr. Rita is leuk, maar ook een beetje vermoeiend. Ze wil alles betalen en houdt erg van winkelen. Dat betekent dat we in deze geweldige tempel bijna evenveel tijd besteden aan de tempelwinkeltjes als aan de tempel zelf. We worden streng gecontroleerd bij het naar binnen gaan. Camera's mogen er niet in, evenals laptops, zelfs mijn opslagdisk met alle reisfoto's moet ik inleveren (ik krijg hem later ternauwernood terug, alleen het verschijnen van sr. Rita besluit de kluisjesman van gedachten te veranderen). Mobieltjes waarmee je foto's kunt maken, mogen vreemd genoeg wel naar binnen. Soms is het wel eens goed zonder camera rond te lopen en echt alleen maar te kijken. Maar in deze machtige tempel voelt het toch echt belabberd. Het krioelt er van de mensen en goden. De tempeltorens hebben geen plekje meer over. Overal heeft het bonte volkje van de hindoegoden zijn plekje ingenomen.

Er is een museum in de rijkst bewerkte zuilenhal van de tempel, de thousand pillared hall. Alle tempels hebben een dergelijk 'hal met duizend pilaren' en het zijn er altijd minder dan duizend. Maar wel heel veel en zeer bijzonder bewerkt. In de hal staan bronzen en stenen beelden uit de klassieke Tamil-kunstperiode. Mensen (vooral mannen) die een gunst aan de goden willen vragen, hebben roepiebriefjes, munten en fotootjes van zichzelf door de kieren van de vitrines gepropt en die liggen nu aan de voeten van de bronzen goden te verstoffen. Zou het hebben geholpen?

Dit complex is zo groot en we zien er maar een klein deel van. Ik zou hier wel enkele dagen willen blijven en alles in mij opnemen. Maar dat gaat niet. Want de volgende attractie vraagt om aandacht. Het paleis van de nayak van Madurai (een soor maharaja). Dit paleis heeft minder geleden onder de tand des tijds als het vorige in Tanjore. Het is een enorm complex, maar het was oorspronkelijk nog vier keer zo groot. Rijk gedecoreerd en natuurlijk voorzien van museumzalen vol godenbeelden. Overal waar je hier kijkt, struikel je over de goden. En de musea hier zijn zelf vaak zo oud en stoffig dat dat al een museumervaring op zich biedt: kijk, zo zag vroeger een museum eruit. 

Onderweg naar Madurai zijn we de Elephant Rock gepasseerd, een rotsformatie die lijkt op...jawel, een olifant! Daartegenaan is een tempel gebouwd en dat is onze laatste attractie voor vandaag. De tempel is voor het grootste deel tegen de berg aan gebouwd, maar een klein stuk ervan is in een grot in de berg gesitueerd. Die is helemaal tot een tempelruimte uitgekapt en vormt daarmee het allerheiligste van de tempel. Het is er om te stikken zo benauwd. Een oude baas kleeft aan ons als zelfbenoemde gids. Zijn Engels is grappig en hij heeft echt interessante verhalen over de godentaferelen onderweg. Maar aan het eind vraagt hij zonder met zijn ogen te knipperen net zo gemakkelijk twee keer zo veel geld als de ruime donatie de we al hebben gedaan. Sr. Rita laat zich vermurwen en voldoet aan zijn eis.

Veel Murugans zie je hier. Murugan is de tweede zoon van de god Shiva. De eerste zoon is Ganesh (de god met het olifantenhoofd). Murugan herken je aan zijn glimlach en aan zijn rijdier: de pauw. Hij is de populairste god van de Tamils. Onze chauffeur Sendhil, heet eigenlijk ook Murugan. Sendhil is een van de vele andere namen die Murugan heeft.

Maandag 30 december

In de wolken. Dat is meestal een goede zaak, een uitdrukkig voor gelukkige momenten. Maar vandaag even niet want onze eindbestemming is Kodaikanal, een bergstadje op ruim 2.000 meter met prachtige vergezichten. Tenminste als je niet in de wolken zit en dat blijkt vandaag helaas wel het geval. Het is een erg lange reis, gelukkig voor een groot deel over de highway. Onderweg passeren we Palani, een belangrijk bedevaartsoord voor hindoe's op één eenzame berg die de komst van de echte bergen aankondigd. Niet te vinden in de reisgids, want er zijn al zo veel tempels...Maar dat is onterecht. Er blijkt een kabelbaan naar de tempel op de berg te lopen, maar we hebben volgens Rita geen tijd voor een ritje naar boven. Achteraf jammer, want daar schijnt de zon wel! En zo'n ritje omhoog naar de tempel lijkt hartstikke leuk. De vele pelgrims die we onderweg tegenkomen, zullen er vast hun neus voor ophalen. Zij zijn te voet, op blote voeten, onderweg naar Palani. Vele dagen banjeren en strompelen ze en de meesten hebben wel iets aan in het oranje, de kleur van de saddhu's (zwervende hindoe-asceten). Hele families zijn onderweg. Op zoek naar wat? Het heilige is hier nog alomtegenwoordig. Het is wel fascinerend om te zien. En dan te bedenken dat ze straks ook die berg nog moeten beklimmen. De kabelbaan is er voor hen niet bij.

Hoe dan ook, als we bij Palani koffie drinken zouden we nog een half uur moeten rijden tot Kodaikanal. Maar we gaan nu de bergen in met haarspeldbochten (en geweldige uitzichten!) en dat half uur groeit uit tot twee uur. Dan hebben we onderweg al borden gezien die waarschuwen voor overstekende olifanten. De beesten leven hier in het wild, maar helaas steekt er geen enkele de weg over. Wel zijn er aardig wat apen te zien. Ook onderweg, net binnen de tolgrens van Kodaikanal: een mooie waterval waar we stoppen om foto's te maken. Dan is er Kodaikanal. Prachtige, groen begroeide bergen met vrolijk gekleurde huisjes en tempeltje ertegenaan geplakt. Mooie valleien. Onder de top van de berg is het mooi weer. Ik stel voor te gaan lunchen in een restaurant dat uitziet op een prachtige vallei. Helaaas, het wordt dankzij een eigenwijze Rita, een restaurant zonder ramen dat ook nog eens het slechtste restaurant van onze hele trip blijkt te zijn.

De verdere middag is ook al niet om over naar huis te schrijven. We lopen de verplichte wandeling op de top van de berg, Coaker's Walk. Maar we bevinden ons in de wolken en er is dus alleen maar mist te zien. Wel zijn er (natuurlijk) kraampjes, onder andere met bijzondere, geborduurde oorbellen en hangertjes. Kopen, kopen, kopen. Afdalend van Coaker's Walk komen we weer in de zon terecht, maar het is inmiddels al bijna half vijf en ik ben bang dat hier de zon zo rond vijf uur achter de bergen zal verdwijnen. Rita is verbaasd dat hier de zon wel schijnt en wil weer terug naar boven. Ze heeft niet door dat we nu onder de wolkengrens zijn en ik wijs naar boven: daar gaat de top nog steeds verscholen in de wolken.

Tot overmaat van ramp worden we aangehouden voor een verkeerscontrole. Sendhil blijkt de verklaring over de roetuitstoot van zijn auto niet bij zich te hebben. Boete: 500 roepies. Voor hem een heel groot bedrag, maar gelukkig zal zijn baas betalen. Het kost ons echter weer bijna een half uur verloren tijd. We rijden langs het meer van Kodaikanal maar we hebben geen zin in roeien. Dan maar naar een waterval. Die ligt op een prachtige plek in de bossen. Maar ze hebben het water via buizen afgetapt richting Kodaikanal en er komt nog slechts een zielig stroompje over de rotsen aangeklotst. Dat is een treffend beeld voor de dag. Ach ja, het kan niet altijd kaviaar zijn. De terugweg is lang en donker. Ik val in slaap.

Dinsdag 31 december

Terug naar Chennai? Ja, maar nu nog even niet. Eerst met zuster Ruby naar het Rock Fort van Trichy, een van de twee superattracties hier. Waarom het Rock Fort weet, mag joost weten, want het is echt geen fort, maar een serie tempels op een hoge rots midden in de stad. Sister Rita zal later aan haar broer vragen het antwoord op dit mysterie te googlen. Het blijkt dat de rots met zijn tempels door de Britten indertijd gebruikt is als adelaarsnest om militaire campagnes te plannen. Vandaar dat de plek sindsdien als 'fort' wordt aangeduidt. Het uitzicht is geweldig. Aan de overkant van de Cauvery river (de belangrijkste rivier hier die heel het land bevloeit) ligt die andere attractie van Trichy: de Srirangam tempel. Maar eerst dus de trappen op naar het Rock Fort. Onderweg zijn er steeds aan weerszsijden van de traptreden tempels en tempeltjes. Sendhil wil graag alle tempeltjes in en zoveel mogelijk zegeningen verzamelen. Wij mogen nergens naar binnen, Niet-hindoes mogen de tempels niet in hier. Bovenop is het uitzicht super. Heel de stad is te zien en de Srirangam tempel dus. Dat is de grootste tempel die ik ooit zag; ik heb ergens gelezen dat het de grootste van India zou zijn. We gaan terug naar het klooster voor een 'vroege start' richting Chennai.

Maar zoals gewoonlijk veranderen de plannen weer. Rita heeft besloten, in een laatste uitbarsting van koopwoede, aan het shoppen te slaan. Ze is er dus niet en belt dat we maar alvast naar de tempel moeten gaan. Dat hoef je ons geen twee keer te zeggen, we waren al bang niets meer van Trichy te zien te krijgen, maar dat pakt dus gunstig uit! Het tempelcomplex is zo groot als een kleine stad. Er zijn zeven concentrische ommuurde rechthoeken. De buitenste omgang heeft een omtrek van ongeveer 18 kilometer. De oppervlakte van het hele complex meet ongeveer 20 vierkante kilometer. En binnen de buitenste ommuriing zijn, net als in een matroesjka, dus nog eens 6 muren die steeds een kleiner tempelgebied omsluiten.

Alle muren hebben op diverse plekken gopurams (tempeltorens) die de ingangen markeren. In totaal zijn er hier 21 gopurams. Centraal is er de muur van het allerheiligste. Daar is een 6,5 meter lange liggende Vishnu te vinden. Maar daar mogen wij dus niet naartoe. Ook hier zijn alle heiligdommen verboden voor niet-hindoes - en er zijn hier tientallen altaren, misschien wel meer dan honderd! Dit is een echte tempelstad. In de buitenste ringen van het religieuze complex staan gewoon woonhuizen. En uiteraard is er overal handel en wemelt het van de bedelaars. In de tempel wordt prasad verstrekt: gratis maaltijden voor de pelgrims. Lemon rice is het vandaag. Erg smaakvol (dat mag ik als niet-hindoe dan wel weer eten). Ook al moeten we door de tempel heen racen, dit is een van de hoogtepunten van deze speed date met Tamil Nadu. Hier kom ik zeker nog eens terug. De lunch die we als afscheid in het klooster krijgen voorgezet, is een waar feestmaal. En dan is het so long Trichy. Hit the road and back to Chennai. Poitewange (let's go)!

De reis verloopt uitermate voorspoedig en we zijn al ruim voor 21.00 uur terug in Chennai in het hoofdkwartier van Sister Rita's orde. We dineren daar en besluiten naar de oudjaars/nieuwjaarsmis te gaan in St. Patrick's Church om de hoek. Dat is een Engelstalige mis van maar anderhalf uur (de mis in het Tamil duurt drie uur!). Ze hebben een populaire pater uitgenodigd die een gitaar heeft meegebracht en liedjes zingt. Een heel moderne gast, zo blijkt ook uit zijn preek. Ik had een saaie mis verwacht, maar dit is een aangename verrassing. Met voor iedere kerkganger een stukje cake na. Het regent hier trouwens cake tijdens kerst en nieuwjaar. Je wordt helemaal volgepropt.

Na afloop wachten we op het vuurwerk. Maar dat stelt hier bijzonder weinig voor. Geen sierpijlen die de lucht in gaan. Wel wat knalvuurwerk. Maar het stelt in vergelijking met Nederland niets voor. Er worden geen hulpverleners afgetuigd of met vuurwerk bestookt en ook geen auto's in de hens gezet. Het is hier gewoon gezellig!

Woendag 1 januari

Vandaag is het de dag om iedereen een gelukkig nieuwjaar te wensen. Eerst de zusters in het klooster van het St. Thomas Hospital van sr. Rexline. Dat blijkt echter niet nodig, want terwijl Bernadette en ik zitten te ontbijten in het hoofdkwartier (generalate) komt een hele stoet zusters van St. Thomas Hospital binnenvallen, waaronder zuster Beatrice wiens verjaardag het vandaag is. Dus is er verjaardagstaart en wordt ze toegezongen. Iedere zuster (en ook Bernadette en ik) krijgen een nieuwjaarsgift van honderd roepie van zuster Rita. 

Daarna besluit ik toch naar St. Thomas Hospital te gaan om schone kleren aan te trekken. Ik heb alleen nog maar vieze reiskleren. Daarna met Bernadette alvast de vlucht bevestigen en boarding cards uitprinten en even snel wat op facebook gooien. Dan is het tijd om naar het noorden van Chennai af te reizen, naar Tondiarpet, de plek waar Karunalaya is gevestigd. Ik wens alle straatkinderen in het opvanghuis happy New Year en wandel vervolgens naar het huis van Paul en Bakiam. Daar loopt iedereen nog wazig in pyjama rond. Ze hebben een nieuwjaarsmis bijgewoond in hun pentacostal church die duurde van 23.00 gisteravond tot 4.00 uur vanochtend. Zo veel religie lijkt mij enigszins ongezond...

Aan het eind van de middag zoef ik achterop de motor van Paul door Chennai. Lekker, die wind in mijn haar! We gaan op zoek naar cd's met klassieke Indiase muziek. Maar alle bekende muziekzaken blijken hun deuren te hebben gesloten. Er is er één nieuwe in de verschrikkelijke nieuwe shopping mall Express Avenue. Allemaal Amerikaanse winkels met voor de meeste mensen hier volstrekt onbetaalbare goederen. Maar de cd's zijn er daarentegen spotgoedkoop. Dus daar gaat een hele stapel van mee terug naar Nederland.

Afscheid nemen van Paul is emotioneel. Hij is veel meer dan een projectpartner. Hij is een heel goede vriend en als ik bij hem ben, voel ik me deel van de familie Sunder Singh. Hij brengt me naar het treinstation en ik rijd terug naar St. Thomas Mount, terug naar het ziekenhuis waar supper op me wacht en een keihard blèrende Tamil soap op televisie.

Donderdag 2 januari

De laatste dag in Chennai wordt een heftige. Vanmorgen heb ik de tweede bespreking met Noori over de bouw van het nieuwe opvanghuis voor kinderen met hiv. Na de onaangename verrassing over de locatie van het bouwterrein, heb ik hier veel over gepiekerd. We zullen elkaar zien in de schaduw van het buitencafetaria van het St. Thomas Hospital. Naast Noori komt ook de aannemer, mr. Benjamin, en Elizabeth Negi. Het wordt een bijeenkomst waarin ik een hele waslijst aan vragen heb te stellen, vragen die voor een deel niet relevant blijken. Er is namelijk nog geen uitgewerkt bouwplan en mr. Benjamin moet de bouwplek zelf nog gaan bekijken. De twijfels over dit bouwproject worden er niet kleiner op. De dag na terugkomst in Nederland zal ons bestuur over dit project vergaderen.

Na afloop praat ik nog uren na met Elizabeth Negi en ik nodig haar uit voor een heerlijke vegetarische lunch in Sangeetha's. We hebben het over het project van Noori, waarover Elizabeth eerder een rapport uitbracht, en over het Zontahuis. Elizabeth is zelf lid van Zonta geweest maar is jaren geleden teleurgesteld afgehaakt vanwege het gebrek aan daadkracht bij de Zontavrouwen.

Na de lunch tref ik de chauffer van Karunalaya, Hari, die de simkaart van Paul komt terughalen en een pak tekeningen bij zich heeft voor de kinderen die in Beuningen binnenkort het vormsel doen en die ook tekeningen voor de straatkinderen aan mij hebben meegegeven. Daarna is het tijd om even met Mary te relaxen in de schaduw. We halen Bernadette op in het generalate. We drinken samen koffie en gaan terug naar St. Thomas Hospital. Daar heeft het hoofd van het klooster, de leuke zuster Janum, een grote tas met cadeautjes voor mijn deur gezet. Van sr. Rexline. Dat is echt too much. Met Mary en Bernadette zeef ik erdoorheen. Het meeste spul gaat terug in de tas. Wel kies ik wat mooie sjaaltjes een zijden doek die Rexline speciaal voor Dilia heeft gekocht. Plus wat kleine sieraden voor Myrthe.

Tijd voor het laatste avondmaal met Bernadette en Mary. En dan nog een paar uurtjes slapen voordat om 1.00 uur vanacht de wekker gaat. Naar het vliegveld en een zeer voorspoedige vlucht. Eerst nog even spannend als de tas van Bernadette te groot blijkt om als handbagage mee te nemen. Hij moet worden ingecheckt. Maar even later realiseert zij zich dat ze nog honderden euro's voor het grijpen heeft liggen in deze onafgesloten tas. We vragen of de tas terug kan worden gehaald. Dat blijkt mogelijk. Het kost drie kwartier, maar al het geld is er nog. Dan zit je toch net wat rustiger in het vliegtuig....

Vrijdag 3 januari

De cirkel is rond. Ik vertrok drie weken geleden met een koffer vol cadeautjes voor onze vrienden in India. Nu kom ik terug in Nijmegen, ook weer met een koffer propvol cadeautjes. Van onze Indiase vrienden voor mijn gezin en mij. Een koffer vol heimwee ook naar die lieve mensen daar.